Gevolgen van gewapend conflict

Sinds 1991 is er in Somalië een burgeroorlog aan de gang, de Somalische bevolking is hier het slachtoffer van. Naar schatting zijn er tussen de 300.000 en 500.000 mensen om het leven gekomen. De Somalische burgeroorlog heeft geleid tot de Somalische diaspora, waardoor Somaliërs naar vooral Noordwest-Europa, het Midden-Oosten en Noord-Amerika trokken en asiel aanvroegen. Meer dan 1,5 miljoen mensen zijn uit hun huizen verdreven, meer dan een half miljoen mensen zijn gevlucht naar buurlanden en de helft van de bevolking heeft noodhulp nodig van ontwikkelingshulporganisaties, je kunt je dus voorstellen dat hierdoor een achterstand is ontstaan in de ontwikkeling van het land.

Er is haast geen industrie, de meeste bedrijven zijn naar het buitenland gevlucht en de corruptie en zwarte handel in het land is door afwezigheid van een sterke staat heel groot. Meer dan de helft van de humanitaire hulpgoederen worden door corrupte zakenmensen te koop aangeboden op de markt. Mede door de open grenzen is de handel in wapens in Somalië erg groot. Aangezien de Somalische bevolking bestaat uit zes clans, die de afgelopen 20 jaar onderlinge conflicten uitvechten, is er nog geen zicht op verbetering. De verschillen tussen de clans zullen ook in de toekomst moeilijk te overbruggen zijn.

Een van de meest aparte gevolgen van de oorlog was overbevissing. Het Rode Kruis begon de burgers aan te moedigen om zeevis te eten voor de verbetering van hun voedselpakket. Om zelfvoorziening te bevorderen verschafte de organisatie trainingen en visapparatuur. Helaas begon de Somalische bevolking de internationale protocollen te negeren, waardoor de ecologie in de regio behoorlijk achteruit is gegaan. De onduurzame manier van vissen valt helaas niet op te lossen, omdat de vissers zichzelf bewapend hebben. Zij zien de overbevissing als een eigendomsrecht en kunnen niet overtuigd worden het anders te doen.